[home] [biografie] [formule] [dagboek] [sitemap] [auteursrechten] [contact]

Datum: 17 maart 2005

Theo heeft me deze morgen iets verschrikkelijks verteld… Aangezien ik behoorlijk nieuwsgierig was of er met mijn theorieën nog iets nuttigs verricht was in de laatste 50 jaar, begonnen we te praten over kernenergie. Al gauw ging het gesprek over kernafval en kernfusie, en toen kwam de klap. Theo vertelde me plots dat er in 1986 een enorme kernramp heeft plaatsgevonden nabij Tsjernobyl, een stadje in Oekraïne. Zelfs nu ik dit schrijf, ben ik er nog niet goed van… Ik had gehoopt dat er na de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki niemand meer zou sterven door mijn formule, maar ze heeft nog eens honderden duizenden mensenlevens verwoest… Als ik mijn brein terug krijg, en dat reizen in de tijd onder de knie heb, kan er hopelijk wat gedaan worden aan die rampen. Ik vermoed wel dat er een heleboel energie nodig zal zijn om Vadertje Tijd een loer te draaien. Maar eenmaal terug in het verleden, doet het er dan toe hoeveel energie de toekomst verbruikt heeft?! En stel dat ik nu eens een tweelingbroer had die achter zou blijven? Hmm, uitermate interessant, ik zal mijn verbeelding eens wat laten werken, want die is immers belangrijker dan kennis. Over kennis gesproken, morgen zal ik proberen mijn hersenen terug te halen, want ik wil eindelijk eens van die rotpijn af. Mijn brein zou volgens dat internet momenteel in één of andere universiteit in de VS liggen. Ik heb trouwens al een simpel doch geniaal plan. Ik sluip dat universiteitsgebouw binnen, vraag wat rond naar mijn brein, en dan - nu komt het geniale - steek ik rustig een sigaretje op onder een rookmelder! Brandalarm, overal paniek, en ik kan rustig m’n schedelinhoud recupereren.

Datum: 20 maart 2005

En ik die dacht dat ik hoofdpijn had. Vergeleken met dit was m’n hoofd hoogstens wat vermoeid.Oké, ik moet toegeven dat er wat misgelopen is met mijn geniaal plan. Alles liep lekker vlot, ik had net de bokaal met m’n brein te pakken, maar toen ik naar buiten wou gaan, viel ik onnozel van de trap met m' hoofd tegen de rand van een betonnen tree. Ik had trouwens het gevoel dat ik sneller de grond bereikte dan te verwachten was met de snelheid waarmee ik naar beneden viel. Een driedubbele schedelbreuk, wat m’n barstende koppijn verklaart. Wat er daarna gebeurde, weet ik niet meer, maar ik werd wakker in een zacht ziekbed. Ik keek onmiddellijk rond, op zoek naar mijn hersenen, maar mijn ogen moesten eerst wat wennen aan het donker. Het was immers nacht, en het enige dat echt goed zichtbaar was, was zo’n lichtgevend horloge. Uiteindelijk was mijn brein nergens te bespeuren, tot ik natuurlijk het verband rond m’n kruin betastte, en opmerkte dat m’n hoofd terug normaal aanvoelde en niet meer zo licht. Inderdaad, ze hadden me blijkbaar bloedend op de grond gevonden, met een open schedel en wat hersenen ernaast. De conclusie was dus snel gemaakt, en tenslotte heb ik nu toch mijn grijze celletjes waar ik ze hoor te hebben.Het is hier eigenlijk wel goed toeven, in dit ziekenhuis. Het eten en drinken valt tegen, maar de bediening is echt een plezier om naar te kijken. Zo’n knappe verpleegster! Had ik een foto van mezelf bij me gehad, ik had er een handtekening op gezet en aan haar gegeven. Niemand gelooft toch dat ik einstein ben.
vorige pagina volgende pagina